EW is een brandweerstandsklasse voor deuren die aangeeft dat het element gedurende een bepaalde tijd weerstand biedt aan vlammen en hitte, maar waarbij de warmtestraling door het element heen beperkt wordt zonder volledige thermische isolatie te bieden. De W in EW staat voor warmtestraling (radiation), en het is de basisclassificatie die in Nederland als minimumcriterium geldt voor brandwerende scheidingsconstructies. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over de EW brandklasse: wat het onderscheidt van EI, welke brandweerstandsduren beschikbaar zijn, wanneer EW volstaat, hoe de classificatie tot stand komt en welke documentatie erbij hoort.
Wat onderscheidt EW van EI1 en EI2 bij branddeuren?
EW, EI1 en EI2 zijn drie verschillende niveaus van brandweerstand voor deuren, gerangschikt naar de mate van thermische isolatie die ze bieden. EW beperkt de warmtestraling door het element, maar stelt geen eis aan de temperatuurstijging aan de koude zijde. EI1 en EI2 voegen daar een isolatiecriterium aan toe: bij EI1 mag de gemiddelde temperatuur aan de koude zijde maximaal 140 K stijgen, bij EI2 geldt een strengere meetmethode met een lagere maximale temperatuurstijging op specifieke punten.
In de praktijk betekent dit het volgende onderscheid:
- EW: het element houdt vlammen en rook tegen en beperkt de warmtestraling tot maximaal 15 kW/m² op een afstand van 1 meter aan de koude zijde. Er is geen eis aan de oppervlaktetemperatuur van het element zelf.
- EI1: naast de criteria van EW geldt ook een isolatiecriterium, gemeten met een thermokoppel in het midden van het element. Dit is geschikt voor situaties waarbij aanraking of nabijheid van het element realistisch is.
- EI2: het strengste isolatieniveau, waarbij zowel de gemiddelde als de maximale lokale temperatuurstijging strikt begrensd zijn. Dit is de standaard voor de meeste binnentoepassingen waarbij mensen direct langs de deur kunnen lopen.
Voor architecten en specificeerders is dit onderscheid cruciaal: de brandklasse deur EW EI is geen keuze die op gevoel gemaakt wordt, maar volgt uit de brandveiligheidsberekening voor het specifieke compartiment. De projectomstandigheden, de afstand tot vluchtwegen en de aanwezigheid van personen in de nabijheid van het element bepalen welke klasse vereist is. Een brandveiligheidsadviseur stelt dit vast op basis van de geldende normen en eventuele projectafwijkingen of sectorale eisen zoals PGS15.
Welke brandweerstandsduur bestaat er voor EW-deuren?
EW-deuren zijn beschikbaar in meerdere brandweerstandsduren, uitgedrukt in minuten. De meest voorkomende classificaties zijn EW 30 en EW 60, waarbij het getal aangeeft hoeveel minuten het element weerstand biedt aan brand onder de testomstandigheden van EN 1634-1. In specifieke toepassingen bestaan ook EW 90 en hogere brandweerstandsduren.
De keuze voor EW 30 of EW 60 hangt af van de compartimenteringseis die volgt uit de brandveiligheidsberekening van het gebouw. EW 30 wordt toegepast waar een kortere evacuatietijd volstaat of waar het risicoprofiel van het compartiment dit rechtvaardigt. EW 60 biedt een langere beschermingstijd en wordt vaker voorgeschreven bij grotere compartimenten, hogere bezettingsgraden of specifieke sectoreisen.
Belangrijk om te weten: de brandweerstandsduur geldt alleen wanneer de deur correct is geïnstalleerd, onderhouden en voorzien van een gecertificeerd sluitingsmechanisme. Een EW 60 deur die niet sluit of niet is aangebracht in de juiste dagopening verliest zijn classificatie. De installatie door een gecertificeerde partij is daarom onlosmakelijk verbonden met de prestatie van het element.
Wanneer volstaat EW en wanneer is EI vereist?
Of EW volstaat of dat EI1 of EI2 vereist is, kan niet als algemene regel worden vastgesteld. Dit volgt altijd uit een projectspecifieke brandveiligheidsberekening. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt een absoluut minimum, maar zwaardere eisen kunnen voortkomen uit projectafwijkingen, sectorale regelgeving, eisen van de verzekeraar of specifieke gebruiksfuncties van het gebouw.
In de praktijk zijn er wel situaties waarbij EW vaker als vertrekpunt wordt gehanteerd:
- Compartimentsgrenzen in industriële of logistieke omgevingen waar geen permanente aanwezigheid van personen direct naast de deur is.
- Openingen waarbij de warmtestraling aan de koude zijde geen directe bedreiging vormt voor personen of brandgevoelige materialen.
- Situaties waarbij de brandveiligheidsadviseur op basis van de berekening heeft vastgesteld dat de stralingseis van EW afdoende is voor de specifieke compartimentsscheiding.
EI1 of EI2 wordt vereist wanneer personen zich in de nabijheid van het element kunnen bevinden tijdens een brand, wanneer vluchtwegen langs het element lopen, of wanneer de brandveiligheidsberekening aantoont dat de thermische belasting aan de koude zijde zonder isolatiecriterium te hoog is. Sectorale regelgeving zoals PGS15 voor de opslag van gevaarlijke stoffen kan bovendien zwaardere eisen stellen dan het BBL-minimum.
Als architect of specificeerder is het verstandig om bij twijfel altijd een brandveiligheidsadviseur te raadplegen voordat u een brandklasse opneemt in het bestek. Een verkeerde specificatie vroeg in het proces kan leiden tot herspecificatie laat in het bouwtraject, met alle vertragingen en kosten van dien.
Hoe wordt een EW-classificatie getest en gecertificeerd?
Een EW-classificatie voor een deur wordt vastgesteld op basis van een brandproef volgens de Europese norm EN 1634-1. Tijdens deze proef wordt de deurassemblage blootgesteld aan een gestandaardiseerde brandkromme in een gecertificeerd testlaboratorium. Het element slaagt als het gedurende de volledige testduur voldoet aan de criteria voor vlamdichtheid (E), rookdichtheid waar van toepassing, en warmtestraling (W).
De testprocedure omvat de volgende stappen:
- De complete deurassemblage, inclusief kozijn, scharniersysteem en sluitingsmechanisme, wordt geplaatst in een testopstelling die de werkelijke installatiesituatie simuleert.
- De brandfurnace verhit het element volgens de ISO 834 brandkromme, waarbij temperatuur en druk nauwkeurig worden geregistreerd.
- Aan de koude zijde wordt de warmtestraling gemeten op een afstand van 1 meter. Voor EW mag deze straling niet hoger zijn dan 15 kW/m².
- Na de proef stelt het laboratorium een classificatierapport op conform EN 13501-2, waarin de behaalde brandweerstandsduur en de geldige toepassingsparameters zijn vastgelegd.
De classificatie geldt alleen voor het geteste assemblagetype en de daarin vastgelegde afmetingen en uitvoeringsvormen. Op basis van de EXAP-regels (Extended Application Rules) kan een fabrikant de classificatie uitbreiden naar andere afmetingen of configuraties, mits dit technisch onderbouwd en gedocumenteerd is. CE-markering op basis van de geharmoniseerde norm EN 16034 maakt de classificatie marktconform en aantoonbaar voor vergunningverleners.
Metacon-Next laat zijn brandwerende industriedeuren testen door Efectis, een geaccrediteerd Europees testinstituut. De resulterende classificatierapporten zijn openbaar beschikbaar, zodat architecten en specificeerders de onderbouwing van de classificatie direct kunnen raadplegen zonder afhankelijk te zijn van de leverancier voor deze informatie. Meer informatie over het productaanbod en de bijbehorende certificering vindt u op de productpagina van Metacon-Next.
Welke documentatie hoort bij een gecertificeerde EW-deur?
Bij een gecertificeerde EW-deur hoort een volledig technisch dossier dat de architect, aannemer en vergunningverlener in staat stelt de materiaalkeuze aantoonbaar te onderbouwen. De minimale documentatie bestaat uit een CE-verklaring van prestatie (DoP), een classificatierapport conform EN 13501-2 en een installatiehandleiding die de voorwaarden beschrijft waaronder de classificatie geldig blijft.
Een compleet technisch dossier voor een brandwerende deur met EW-classificatie bevat doorgaans:
- CE-markering en Verklaring van Prestatie (DoP): de formele verklaring van de fabrikant dat het product voldoet aan de geharmoniseerde norm EN 16034 en de daarin opgenomen prestaties.
- Classificatierapport (EN 13501-2): het rapport van het geaccrediteerde testlaboratorium, met daarin de behaalde brandweerstandsduur, de testomstandigheden en de geldige toepassingsparameters.
- Extended Application Report (EXAP): indien van toepassing, het rapport dat de uitbreiding van de classificatie naar andere maten of uitvoeringen onderbouwt.
- Installatiehandleiding: de technische documentatie die beschrijft hoe de deur geïnstalleerd moet worden om de classificatie te behouden, inclusief eisen aan de dagopening, de bevestiging en het sluitingsmechanisme.
- EPD (Environmental Product Declaration): voor projecten met BREEAM- of LEED-certificering is een EPD noodzakelijk. Een EPD is een informatiedocument dat de milieuprestaties van het product over de levenscyclus transparant maakt op basis van een vastgestelde berekenmethode. Het is geen milieukeurmerk, maar een gestandaardiseerde informatieverstrekking.
Metacon-Next stelt al deze documenten publiek beschikbaar, ook zonder dat u daarvoor contact hoeft op te nemen. Dit is geen wettelijke verplichting, maar een bewuste keuze die de specificatierol van architecten en ingenieurs vereenvoudigt. Heeft uw huidige leverancier alle bovenstaande documenten direct beschikbaar? Het is een vraag die de kwaliteit van het technische dossier snel blootlegt.
Als u een project voorbereidt waarbij brandwerende deuren met een EW-classificatie worden gespecificeerd, kunt u via de website van Metacon-Next direct toegang krijgen tot de volledige technische documentatie. Voor projectspecifieke vragen of maatvoering kunt u ook een offerte aanvragen via het dealernetwerk, zodat de juiste productconfiguratie technisch en normatief correct wordt vastgelegd in het bestek.
Gerelateerde artikelen
- Wat zijn de EI 60-specificaties die nodig zijn voor een bouwproject?
- Welke brandklasse is vereist voor een heftruckdoorgang?
- Wat zijn de brandveiligheidseisen voor een industrieel gebouw?
- Wat is het verschil tussen een snelloopdeur en een branddeur?
- Wat is een brandwerende snelloopdeur en wanneer wordt deze gebruikt?

