Wat betekent EW bij de brandklasse van een deur?

Mark Asscherman ·
Stalen brandwerende EW-deur in betonnen industriële gang met amberkleurig licht door het hittebestendig glasvenster.

EW is een brandweerstandsklasse voor deuren die aangeeft dat het element gedurende een bepaalde tijd weerstand biedt aan vlammen en hitte, waarbij de warmtestraling door het element heen beperkt wordt zonder volledige thermische isolatie te bieden. De W in EW staat voor warmtestraling (radiation), en het is de basisclassificatie die in Nederland als standaard uitgangspunt geldt voor brandwerende scheidingsconstructies — geclassificeerd volgens EN 13501-2. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over de EW brandklasse: wat het onderscheidt van EI1 en EI2, welke brandweerstandsduren beschikbaar zijn, wanneer EW als vertrekpunt wordt gehanteerd, hoe de classificatie tot stand komt en welke documentatie erbij hoort.

Wat onderscheidt EW van EI1 en EI2 bij branddeuren?

EW, EI1 en EI2 zijn drie verschillende niveaus van brandweerstand voor deuren, geclassificeerd volgens EN 13501-2, gerangschikt naar de mate van thermische isolatie die ze bieden. EW beperkt de warmtestraling door het element, maar stelt geen eis aan de temperatuurstijging aan de koude zijde. EI1 en EI2 voegen daar elk een isolatiecriterium aan toe: bij EI2 mag de gemiddelde temperatuurstijging aan de koude zijde niet meer dan 140 K bedragen en de maximale lokale stijging niet meer dan 180 K. Bij EI1 geldt een strenger criterium, waarbij de temperatuurstijging op de koude zijde aan lagere grenswaarden is gebonden.

In de praktijk betekent dit het volgende onderscheid:

  • EW: het element houdt vlammen en hete gassen tegen en beperkt de warmtestraling tot maximaal 15 kW/m² op een afstand van 1 meter aan de koude zijde. Er is geen eis aan de oppervlaktetemperatuur van het element zelf. EW is het Nederlandse standaard uitgangspunt voor brandwerende scheidingsconstructies in industriële toepassingen.
  • EI2: naast de criteria van EW geldt ook een isolatiecriterium — de temperatuurstijging aan de koude zijde is begrensd, maar volgens het minder strenge criterium. Dit is geschikt voor situaties waarbij personen zich in de nabijheid van het element kunnen bevinden.
  • EI1: het strengste isolatieniveau, waarbij de temperatuurstijging aan de koude zijde aan nog lagere grenswaarden is gebonden. Schrijf nooit “EI” zonder de aanduiding 1 of 2 — het onderscheid is technisch en normatief relevant.

Voor architecten en specificeerders is dit onderscheid cruciaal: de keuze tussen EW, EI1 en EI2 is geen keuze die op gevoel gemaakt wordt, maar volgt uit de brandveiligheidsberekening voor het specifieke compartiment. De projectomstandigheden, de afstand tot vluchtwegen en de aanwezigheid van personen in de nabijheid van het element bepalen welke klasse vereist is. Een brandveiligheidsadviseur stelt dit vast op basis van de geldende normen en eventuele projectafwijkingen of sectorale eisen zoals PGS15.

Direct contact
Meer weten over onze deuren en rolluiken?

Neem contact op

Welke brandweerstandsduur bestaat er voor EW-deuren?

EW-deuren zijn beschikbaar in meerdere brandweerstandsduren, uitgedrukt in minuten. Veelvoorkomende classificaties zijn EW 60 — het Nederlandse standaard uitgangspunt — en daarnaast EW 90 en EW 120. Het getal geeft aan hoeveel minuten het element weerstand biedt aan brand onder de testomstandigheden van EN 1634-1. In bijzondere toepassingen bestaan ook hogere brandweerstandsduren, zoals EW 240.

De keuze voor een bepaalde brandweerstandsduur hangt af van de compartimenteringseis die volgt uit de brandveiligheidsberekening van het gebouw. EW 60 is het gebruikelijke vertrekpunt in Nederland, maar dit betekent niet dat het altijd de enige of de juiste keuze is. Een zwaardere classificatie kan vereist zijn op grond van een projectafwijking, sectorale regelgeving, een eis van de verzekeraar of een bovenwettelijke eis van de opdrachtgever. Welke brandweerstandsduur voor een specifiek project vereist is, kan alleen worden vastgesteld door een gekwalificeerde brandveiligheidsadviseur of de bevoegde autoriteit.

Belangrijk om te weten: de brandweerstandsduur geldt alleen wanneer de deur correct is geïnstalleerd, onderhouden en voorzien van een gecertificeerd sluitingsmechanisme. Een EW 60 deur die niet sluit of niet is aangebracht in de juiste dagopening verliest zijn classificatie. De installatie door een gecertificeerde partij is daarom onlosmakelijk verbonden met de prestatie van het element.

Wanneer volstaat EW en wanneer is EI1 of EI2 vereist?

Of EW volstaat of dat EI1 of EI2 vereist is, kan niet als algemene regel worden vastgesteld. Dit volgt altijd uit een projectspecifieke brandveiligheidsberekening. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt een absoluut minimum, maar zwaardere eisen kunnen voortkomen uit projectafwijkingen, sectorale regelgeving, eisen van de verzekeraar of specifieke gebruiksfuncties van het gebouw. EW is het Nederlandse standaard uitgangspunt, maar EI2-60 is een volledig gelijkwaardige en veelgebruikte alternatieve classificatie — geen uitzondering.

In de praktijk zijn er wel situaties waarbij EW vaker als vertrekpunt wordt gehanteerd:

  • Compartimentsgrenzen in industriële of logistieke omgevingen waar geen permanente aanwezigheid van personen direct naast de deur is.
  • Openingen waarbij de warmtestraling aan de koude zijde geen directe bedreiging vormt voor personen of brandgevoelige materialen.
  • Situaties waarbij de brandveiligheidsadviseur op basis van de berekening heeft vastgesteld dat de stralingseis van EW afdoende is voor de specifieke compartimentsscheiding.

EI1 of EI2 wordt vereist wanneer personen zich in de nabijheid van het element kunnen bevinden tijdens een brand, wanneer vluchtwegen langs het element lopen, of wanneer de brandveiligheidsberekening aantoont dat de thermische belasting aan de koude zijde zonder isolatiecriterium te hoog is. Sectorale regelgeving zoals PGS15 voor de opslag van gevaarlijke stoffen kan bovendien zwaardere eisen stellen dan het BBL-minimum. Of een EW-classificatie voor een specifieke toepassing — zoals een distributiecentrum — voldoende is, hangt af van de projectspecifieke compartimenteringsberekening en kan niet in algemene zin worden beantwoord.

Als architect of specificeerder is het verstandig om bij twijfel altijd een brandveiligheidsadviseur te raadplegen voordat u een brandklasse opneemt in het bestek. Een verkeerde specificatie vroeg in het proces kan leiden tot herspecificatie laat in het bouwtraject, met alle vertragingen en kosten van dien.

Hoe wordt een EW-classificatie getest en gecertificeerd?

Een EW-classificatie voor een deur wordt vastgesteld op basis van een brandproef volgens de Europese norm EN 1634-1. Tijdens deze proef wordt de deurassemblage blootgesteld aan een gestandaardiseerde brandkromme in een gecertificeerd testlaboratorium. Het element slaagt als het gedurende de volledige testduur voldoet aan de criteria voor vlamdichtheid (E) en warmtestraling (W). De resultaten worden geclassificeerd conform EN 13501-2, wat de EW-classificatie met bijbehorende tijdsduur oplevert.

De testprocedure omvat de volgende stappen:

  1. De complete deurassemblage, inclusief kozijn, scharniersysteem en sluitingsmechanisme, wordt geplaatst in een testopstelling die de werkelijke installatiesituatie simuleert.
  2. De brandfurnace verhit het element volgens de ISO 834 brandkromme, waarbij temperatuur en druk nauwkeurig worden geregistreerd.
  3. Aan de koude zijde wordt de warmtestraling gemeten op een afstand van 1 meter. Voor EW mag deze straling niet hoger zijn dan 15 kW/m².
  4. Na de proef stelt het laboratorium een classificatierapport op conform EN 13501-2, waarin de behaalde brandweerstandsduur en de geldige toepassingsparameters zijn vastgelegd.

De classificatie geldt alleen voor het geteste assemblagetype en de daarin vastgelegde afmetingen en uitvoeringsvormen. Op basis van de Extended Application Rules (EN 15269-1 tot -20) kan een fabrikant de classificatie uitbreiden naar andere afmetingen of configuraties, mits dit technisch onderbouwd en gedocumenteerd is. CE-markering voor brandwerende industriedeuren volgt twee gelijktijdig geldende geharmoniseerde normen: EN 16034 voor de brandwerende sluitfunctie en EN 13241 voor de industriële deur als zodanig. Beide zijn verplicht en niet onderling uitwisselbaar.

Metacon-Next laat zijn brandwerende industriedeuren testen door Efectis, een geaccrediteerd Europees testinstituut. De resulterende classificatierapporten zijn openbaar beschikbaar, zodat architecten en specificeerders de onderbouwing van de classificatie direct kunnen raadplegen zonder afhankelijk te zijn van de leverancier voor deze informatie. Meer informatie over het productaanbod en de bijbehorende certificering vindt u op de productpagina van Metacon-Next.

Direct contact
Meer weten over onze deuren en rolluiken?

Neem contact op

Welke documentatie hoort bij een gecertificeerde EW-deur?

Bij een gecertificeerde EW-deur hoort een volledig technisch dossier dat de architect, aannemer en vergunningverlener in staat stelt de materiaalkeuze aantoonbaar te onderbouwen. De minimale documentatie bestaat uit een CE-verklaring van prestatie (DoP), een classificatierapport conform EN 13501-2 en een installatiehandleiding die de voorwaarden beschrijft waaronder de classificatie geldig blijft.

Een compleet technisch dossier voor een brandwerende deur met EW-classificatie bevat doorgaans:

  • CE-markering en Verklaring van Prestatie (DoP): de formele verklaring van de fabrikant dat het product voldoet aan de geharmoniseerde normen EN 16034 (brandwerende sluitfunctie) en EN 13241 (industriële deur), en de daarin opgenomen prestaties. Beide normen zijn gelijktijdig van toepassing op brandwerende industriedeuren.
  • Classificatierapport (EN 13501-2): het rapport van het geaccrediteerde testlaboratorium, met daarin de behaalde brandweerstandsduur, de testomstandigheden en de geldige toepassingsparameters.
  • Extended Application Report (EN 15269): indien van toepassing, het rapport dat de uitbreiding van de classificatie naar andere maten of uitvoeringen onderbouwt conform de Extended Application Rules.
  • Installatiehandleiding: de technische documentatie die beschrijft hoe de deur geïnstalleerd moet worden om de classificatie te behouden, inclusief eisen aan de dagopening, de bevestiging en het sluitingsmechanisme.
  • EPD (Environmental Product Declaration): voor projecten met BREEAM- of LEED-certificering is een EPD noodzakelijk. Een EPD is een informatiedocument dat de milieuprestaties van het product over de levenscyclus transparant maakt op basis van een vastgestelde berekeningsmethode conform ISO 14044 en EN 15804. Het is geen milieukeurmerk, maar een gestandaardiseerde informatieverstrekking. Metacon-Next heeft in 2025 EPD’s gepubliceerd voor elf productlijnen.

Metacon-Next stelt al deze documenten publiek beschikbaar, ook zonder dat u daarvoor contact hoeft op te nemen. Dit is geen wettelijke verplichting, maar een bewuste keuze die de specificatierol van architecten en ingenieurs vereenvoudigt. Heeft uw huidige leverancier alle bovenstaande documenten direct beschikbaar? Het is een vraag die de kwaliteit van het technische dossier snel blootlegt.

Als u een project voorbereidt waarbij brandwerende deuren met een EW-classificatie worden gespecificeerd, kunt u via de website van Metacon-Next direct toegang krijgen tot de volledige technische documentatie. Voor projectspecifieke vragen of maatvoering kunt u ook een offerte aanvragen via het dealernetwerk, zodat de juiste productconfiguratie technisch en normatief correct wordt vastgelegd in het bestek.

Overzicht van doorgevoerde wijzigingen

  • Paragraaf onder “Hoe wordt een EW-classificatie getest en gecertificeerd?” (laatste alinea voor de tweede contactwidget): “EN 13241-1” vervangen door “EN 13241” in de zin over CE-markering en geharmoniseerde normen.
  • Lijstitem onder “Welke documentatie hoort bij een gecertificeerde EW-deur?” (CE-markering en Verklaring van Prestatie): “EN 13241-1” vervangen door “EN 13241” in de omschrijving van de geharmoniseerde normen waaraan het product voldoet.

Gerelateerde artikelen